Een steenuil. Foto: Houmame Khelili via Unsplash.
Een steenuil. Foto: Houmame Khelili via Unsplash.

2026 wordt het jaar van de steenuil

Algemeen

OOST-GRONINGEN - Het gaat niet goed met de steenuil. De kleinste uil van Nederland wordt veel minder vaak gespot dan vroeger. Daarom is 2026 door de Vogelbescherming en Sovon Vogelonderzoek uitgeroepen tot het jaar van de steenuil.

De steenuil is een charismatische vogel met een sprekende blik: altijd een feestje om te mogen aanschouwen. Dat kan alleen steeds minder vaak. In de eerste helft van de twintigste eeuw was de steenuil in ons land een algemene broedvogel, die alleen op de Waddeneilanden ontbrak. Inmiddels is zowel de verspreiding als de populatiegrootte sterk afgenomen. In de jaren vijftig werd de populatie nog op 25.000 paren geschat, terwijl de meest recente schatting (2020) uitgaat van 8000 tot 9500 paren. Deze terugloop heeft alles te maken met de intensivering van de landbouw. De steenuil is namelijk gebonden aan kleinschalig, halfopen agrarisch landschap. Daardoor komt hij tegenwoordig vooral nog voor in regio’s waar dit type cultuurlandschap nog relatief veel te vinden is, zoals in de Achterhoek, Twente en delen van Noord-Brabant en het rivierengebied. 

Zand en klei

Hoewel de steenuil veel minder vaak wordt gespot dan vroeger, is de dalende lijn wel gestopt. Sinds 2012 is er zelfs sprake van een matige toename. Achter deze toename zitten wel nuances verscholen. Op de zandgronden, waar de meeste steenuilen broeden, doet de steenuil het namelijk beter dan op de kleigronden. In de afgelopen twaalf jaar nam de steenuilenpopulatie op zand met 1,8 procent per jaar toe, terwijl de populatie op klei in diezelfde periode met 3,6 project per jaar is afgenomen. De twee vogelorganisaties gaan daarom het komende jaar de verschillen tussen steenuilen op zand- en kleigrond en overleving nader onderzoeken. Ook werkt de Vogelbescherming aan een vernieuwde Erfwijzer, met daarin de recentste informatie over steenuilvriendelijke maatregelen voor de inrichting van een erf. Verder komt er een handleiding voor projectontwikkelaars, met daarin adviezen over het omgaan met steenuilpopulaties bij ontwikkelingsplannen en gaat Vogelbescherming een steenuilenfonds opzetten. Dit fonds zal gericht zijn op het ondersteunen van partijen bij het geschikter maken van hun terreinen als leefgebied voor de steenuil.

Meedoen?

Iedereen kan de steenuil een handje helpen. Bijvoorbeeld door mee te doen aan het project ‘Zet de Steenuil op de kaart’. Daarin is het mogelijk om via een speciale online claimkaart een telgebied uit te kiezen waarvan de organisaties graag willen weten hoeveel steenuilen er zitten. Zo wordt nóg duidelijker waar in Nederland de steenuil voorkomt. Vanaf 2026 is op sovon.nl/jaarvandesteenuil meer te lezen over de onderzoeken waar liefhebbers aan mee kunnen doen.