VVD-wethouder Jaap Borg.
VVD-wethouder Jaap Borg.

College Midden-Groningen heeft geen vertrouwen meer in samenwerking met wethouder Jaap Borg

Algemeen

MUNTENDAM - Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen heeft besloten om de raad voor te stellen het vertrouwen op te zeggen in wethouder Jaap Borg (VVD). Aanleiding is een recreatiewoning die hij permanent verhuurt en dat ligt gevoelig.


De gemeente laat weten dat, in het kader van de voorbereiding van de handhaving van onrechtmatig permanente bewoning van recreatieverblijven, aan het licht is gekomen dat Jaap Borg in strijd handelt met de door het college vastgestelde ‘Beleidsregel Handhavend optreden tegen onrechtmatige permanente bewoning van recreatieverblijven’. Wethouder Borg heeft het college niet geïnformeerd over de tweede recreatiewoning die hij bezit en in de permanente verhuur heeft. Het college heeft Borg verzocht om zijn functie neer te leggen waarop de wethouder heeft aangegeven daartoe niet bereid te zijn en het opzeggen van het vertrouwen over te willen laten aan de raad.

Punt van discussie

Handhavend optreden tegen onrechtmatige permanente bewoning van recreatieverblijven is lange tijd een punt van discussie geweest. In 2020 heeft het college besloten over te gaan tot handhaving en daarvoor handhavingsbeleid te ontwikkelen dat medio dit jaar in werking zou treden. Betrokkenen (eigenaren en huurders) zijn daarover geïnformeerd met de bedoeling hen de gelegenheid te geven zelf verantwoordelijkheid te nemen om aan de onrechtmatige situatie (strijd met bestemmingsplan) een eind te maken.

Geen verantwoordelijkheid genomen

Op 1 juni is de Beleidsregel in werking getreden. In artikel 1.1.3 van de Beleidsregel staat beschreven dat handhavend wordt opgetreden tegen zowel huurder als tegen de verhuurder wanneer een in strijd met het bestemmingsplan bewoonde recreatieverblijf wordt gehuurd. Het college constateert dat wethouder Borg geen verantwoordelijkheid heeft genomen en permanente verhuur in stand heeft gehouden. Bovendien constateert het college dat Borg geen enkele keer het initiatief heeft genomen om deze situatie met het college te delen, terwijl de wethouder kon weten dat deze situatie in strijd is met het beleid zoals dit door het gemeentebestuur is vastgesteld en waaraan de wethouder als lid van het college is gecommitteerd. Het willens en wetens handelen in strijd met het beleid van het college getuigt niet van integriteit, stelt de gemeente.

Zakelijk verschil van mening

Wethouder Borg heeft tijdens de bespreking in het college aangegeven dat het aan de rechter is om te oordelen of sprake is van onrechtmatige bewoning. Daarbij heeft hij aangegeven deze kwestie te zien als een zakelijk verschil van mening. ,,Een bestuurder kan opkomen voor zijn persoonlijke belangen, maar dit gaat niet zover dat een bestuurder kan handelen in strijd met het beleid van het college waar hij zelf onderdeel van is. Bovendien mag van een bestuurder ook in het geval van een zakelijk geschil volledige transparantie worden verwacht. Door niet te melden in het college dat hij eigenaar is van een tweede recreatiewoning en dat deze permanent wordt bewoond door een huurder, is het college van mening dat wethouder Borg niet integer heeft gehandeld en is de vertrouwensband geschaad”, laat de gemeente weten.

Nooit meegedaan aan besluitvorming

Vanwege zijn persoonlijk belang in dit dossier heeft wethouder Borg nooit aan de beraadslagingen en besluitvorming van het college deelgenomen. Hij geeft aan zich niet aan het collegebesluit te hebben gecommitteerd, maar het college is van mening dat hij als collegelid per definitie aan het beleid van het gemeentebestuur is gecommitteerd (ook al is hij het er niet mee eens). Door het innemen van dit standpunt kan het college niet langer vertrouwen op een goede samenwerking met wethouder Borg.

Verstoord

Deze beide punten (permanente verhuur van recreatiewoning en het niet actief delen hiervan) maken dat het college niet langer vertrouwen heeft in de samenwerking met de wethouder. Het vertrouwen in de samenwerking is dusdanig verstoord, dat het college meent aan de raad te moeten voorstellen het vertrouwen in wethouder Borg op te zeggen.