Afbeelding

Midden-Groningen voert draagkrachtnorm in voor huishoudelijke hulp Wmo

Algemeen

MUNTENDAM - Om de zorg betaalbaar te houden, is het college van Midden-Groningen van plan om per 1 januari voor Huishoudelijke Hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning een draagkrachtnorm in te voeren.


Dat houdt in dat iedere inwoner met een gezinsinkomen hoger dan 150 procent van het bruto wettelijk minimumloon in principe geen huishoudelijke hulp toegekend krijgt. In deze gevallen zijn inwoners voldoende financieel zelfredzaam om op eigen kracht in een oplossing te voorzien, zo vindt het college. Het netto-inkomen van een huishouden met 150 procent van het bruto wettelijk minimumloon ligt rond de 2300 euro per maand.

Sterkste schouders

Wethouder David de Jong licht dit voornemen van het college toe: ,,Met dit besluit willen wij bevorderen dat bij de huishoudelijke hulp de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Op deze manier zorgen we ervoor dat er geen andere aanpassingen nodig zijn om deze zorg betaalbaar te houden. Een bescheiden gezinsinkomen zal niet verhinderen dat een inwoner in aanmerking komt voor toekenning.”

Twee soorten hulp bij huishouden

Er bestaan twee soorten maatwerkvoorzieningen voor hulp bij het huishouden: HH1 en HH2. HH1 is voor inwoners die wel zelf de regie kunnen voeren over het huishouden en zelf kunnen bepalen wat er gedaan moet worden. HH2 is voor inwoners die geen eigen regie (meer) hebben en het huishouden niet zelf kunnen organiseren. Midden-Groningen past de draagkrachtnorm in de toekomst uitsluitend toe bij de maatwerkvoorziening HH1. Inwoners die moeite hebben met het voeren van regie, kunnen niet zelf de hulp regelen. Van hen verwacht de gemeente niet dat zij een particuliere hulp vinden die ook de regie overneemt. 

Abonnementstarief

Op 1 januari 2019 is landelijk het abonnementstarief voor de Wmo ingevoerd. Dit houdt in dat voor iedereen de inkomensafhankelijke eigen bijdrage is vervangen door een vast tarief van 19 euro per maand. Het gevolg hiervan was een toename in aanvragen. Vooral voor de maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp 1 werden meer aanvragen ingediend. Daarnaast namen de inkomsten uit de eigen bijdragen af. Het gevolg was een toename van de uitgaven van ongeveer 1,8 miljoen euro, 45 procent in twee jaar tijd. Door de eigen financiële mogelijkheden van de inwoner te betrekken bij het onderzoek naar de noodzaak van de voorziening, zal naar verwachting vaker een aanvraag voor huishoudelijke hulp worden afgewezen. Daardoor blijft het mogelijk om de voorzieningen op peil te houden.